Geschiedenis

De huidige gemeente Bladel is ontstaan uit de twee voormalige gemeenten "Bladel en Netersel" en "Hoogeloon c.a."

Voor de samenvoeging bestonden er dus ook twee aparte korpsen: Bladel en Hoogeloon

 

Hoogeloon c.a.
De oudste gegevens over de brandbestrijding in de voormalige gemeente Hoogeloon c.a. (Hoogeloon, Hapert en Casteren) dateren uit 1732. Er werd dat jaar voor deze dorpen een brandweerreglement opgesteld. Daarin stonden met name bepalingen om brand te voorkomen. Zo moesten ashopen minstens vijf tot tien meter van het huis liggen. Ook werd toen bepaald dat grachten en waterkuilen zo diep moesten zijn, dat er ook 's zomers nog water in stond. Ieder huishouden moest een of meer ladders en brandhaken hebben. In 1753 werd dit reglement verder aangescherpt met nieuwe bepalingen. In 1824 kreeg de gemeente voor het eerst de beschikking over een brandspuit met toebehoren. Die werd geleverd door de Eindhovense koperslager Pijpers voor tweehonderd gulden. 
In 1857 kwam de tweede. Nu mocht de Bladelse koperslager A. van Sas leveren. Inclusief vijfentwintig emmers kostte deze driehonderdtachtig gulden. De oudste gegevens over de samenstelling van het brandweerkorps zijn van 1852. Behalve een opperbrandmeester waren er toen twee onderbrandmeesters en in elk van de drie kerkdorpen zes spuitgasten. In 1924 waren er plannen voor een provinciale brandweerorganisatie. Na wat aarzelingen sloot de gemeente zich in 1930 tegen een contributie van tien gulden toch nog bij deze provinciale bond aan. Er bestond in die jaren nog geen brandalarmeringssysteem. Bij brand moesten direct de politie en de burgemeester gewaarschuwd worden. De torenklok werd geluid en het brandweerpersoneel zo snel mogelijk per fiets gewaarschuwd.

In 1945 veranderde de brandweerzorg in de gemeente drastisch. Dat jaar werden door de Rijksinspectie Luchtbescherming en Brandweerwezen een Bedford-vrachtwagen, een Austin-trekker en vier motorspuiten ter beschikking gesteld. Ook 1953 was een jaar van grote veranderingen. Er werden een motorbrandspuit, een slangenwagen en een sirene met een alarmbereik van 2500 meter aangeschaft voor een totaalbedrag van ruim twaalfduizend gulden. Een jaar later kwam er een DAF-neveltankwagen. Hier was ruim 32 duizend gulden mee gemoeid. Vanaf dat moment werd een brandweerkazerne in Hapert betrokken. Deze eerste gemeentelijke kazerne stond aan de achterkant van de huidige Poort van Brabant. In 1960 verhuisde het korps naar het oude CHV-gebouw, waar later het gemeentehuis werd gebouwd. In 1965 nam het korps zijn intrek in een boerderij aan de Kerkstraat. In 1968 werd een nieuwe manschappenwagen aangeschaft. De uit 1963 daterende motorspuit werd tien jaar later vervangen door een Mercedes-tankautospuit. In 1987 betrok de brandweer een nieuwe kazerne aan de Planetenlaan. Deze werd in 1999 verbouwd.

 

Bladel
Lange tijd stonden de brandweerpomp en andere attributen gestald in de garage van Daniëls in de Sniederslaan. Die had daar een rijwielhandel. In 1923 kwam daar een bescheiden autogarage bij. De woning was ook het centrale meldpunt.

Op 12 september 1964 vond eindelijk de overdracht plaats van de eerste brandweerkazerne. Het betrof een onderkomen in het oude klooster. Daarvoor stond het materieel gestald in een noodvoorziening. Het aantal uitrukken was dat jaar bijzonder gering: slechts achtmaal hoefde de brandweer op pad voor een brand. Zes keer werd aangetreden voor hulpverlening: onder meer voor het nathouden van de nieuwe aanplant van het kerkhof wegens gebrek aan regen. In 1966 kreeg het Bladelse korps de beschikking over drie zendapparaten. Ze werden aangeboden door de bosbrandweerkring Bladel. Hulpverlening in die dagen bestond voornamelijk uit het leegpompen van kelders, het verwijderen van omgewaaide televisiemasten, het verhelpen van rioolverstoppingen en het voor de winter leegpompen van het zwembad.

Twee jaar later vond er een kleine leegloop plaats bij het brandweerkorps. Om diverse redenen stapten zes leden op. De schade in die jaren, aangericht door branden, viel in geld uitgedrukt nogal mee. Zo bedroeg deze in 1972 30.000 gulden, een jaar later 53.000. Dat jaar ging bij bosbranden overigens 25 ha in vlammen op. Nieuw in die tijd was de ingebruikname van een brandschelinstallatie. Vanaf vier punten kon deze in werking worden gesteld.

In 1975 was het feest bij het korps. Toen werd een nieuwe tankautospuit binnengehaald. 1976 was het jaar van veel en grote bosbranden. In totaal ging dat jaar 46 ha in vlammen op. Meest opvallende zaak in 1977 was de vondst van een brisantbom uit de Tweede Wereldoorlog. De brandweer werd erop uitgestuurd om de bevolking huis aan huis hiervoor te waarschuwen. De 500 kg wegende bom moest gedemonteerd worden, waarvoor het gebied rond de Boskant werd ontruimd en afgezet. 1986 was voor het korps een bewogen jaar. Plotseling overleed toen commandant P. Hamers. In 1992 verhuisde de brandweer naar een tijdelijke onderkomen in de voormalige landbouwschool aan de Hofdreef.
In 1999 werd een nieuwe kazerne op de hoek Franse Hoef/Isegrim in gebruik genomen.
 

Webdesign door GSD